 Op donderdag 1 december 2011 ontving JongLibertairen Oostends gemeenteraadslid en advocaat Geert Lambert (Groen!) voor een gespreksavond over privacy in onze eenentwintigste-eeuwse controlemaatschappij. Het werd een boeiend gesprek, waarbij zowel de filosofische aspecten van de privacy als het juridische kader aan bod kwamen, alsook de gevolgen van de technologische ontwikkelingen en hun impact op zowel onze samenleving als het overheidsoptreden. Een impressie. Geert Lambert stak van wal met de klassieker 1984 van George Orwell. Een boek dat op profetische wijze de langzaam maar zekere evolutie van een vrije samenleving naar een totalitaire maatschappij beschrijft. Een doembeeld dat meer en meer werkelijkheid lijkt te worden. Dit boek had een grote invloed op Geerts politiek engagement en maatschappelijke visie. Geert is de mening toegedaan dat een controle op het overheidsapparaat (dat volgens hem wel degelijk een plaats heeft in onze samenleving) cruciaal is om van een vrije samenleving te kunnen spreken. Jammer genoeg komen we tot de vaststelling dat een maatschappelijk debat hierover niet meer wordt gevoerd. De maatschappelijke desinteresse voor het thema lijkt de baan vrij te maken voor een ongebreidelde controlestaat die bovendien door de burgers op luid applaus onthaald zal worden. Een zorgwekkende evolutie. Bovendien wordt het begrip “privacy” vaak misbruikt. Geert geeft het voorbeeld van de gerechtsdeurwaarders die alsmaar moeilijker toegang krijgen tot cruciale informatie over een beslagene, zodat schuldeisers in de kou blijven staan. En dit om de privacy van de beslagene te beschermen. Anderzijds zet een te makkelijke controle op zulke gegevens de deur voor misbruiken open. Het is moeilijk om hier als beleidsmakers een optimaal evenwicht in te vinden. Momenteel is er weinig tot geen duidelijkheid in het beleid. Overheden hebben in principe niet het recht om te pas en te onpas informatie te verzamelen over personen dat er een ernstig vermoeden van misdrijf is. Jammer genoeg is er absoluut geen controle van een wetgevende of uitvoerende overheid op de werking van de politiediensten. Ook hierover moet dringend een maatschappelijk debat gevoerd worden. Vertrouwen we de werking van de interne en externe controlediensten? Wie controleert de controlediensten? Laten we vooral niet vergeten dat informatie een machtsinstrument is. Denken wij aan de beschuldigingen van pedofilie van Di Rupo in de jaren ’90 of de affaire Monica Lewinski. Wie over informatie beschikt, en in dit informatietijdperk is er een overvloed aan informatie beschikbaar, heeft een ongekende macht. Dit moet gekoppeld worden aan het fundamentele beginsel dat in een rechtsstaat de overheid het monopolie op geweld heeft. In ons digitaal informatietijdperk heeft dat monopolie zich ook uitgestrekt tot informatie over burgers. Informatie die nooit door de burgers kan worden geraadpleegd of gecensureerd, terwijl de private informatiegaring door bedrijven erg (en terecht) gereguleerd wordt. De versmelting tussen de informatieconcentratie en het geweldmonopolie is een gevaarlijke evolutie waar het merendeel van de bevolking weinig besef van heeft. In dat opzicht zijn wij getuige van een “legale staatsgreep”: waarbij het Systeem persoonlijke achtergrondinformatie zal gebruiken om (potentiële tegenstanders) aan te pakken en uit te schakelen. Het recente geval van Herman Cain is daar een schrijnend voorbeeld van. Het klinkt natuurlijk logisch dat diensten en personen die instaan voor en begaan zijn met de veiligheid van de burgers meer middelen vragen om hun werk “beter” uit te kunnen voeren en de technologische ontwikkeling met open armen ontvangen. Ook die mensen willen hun werk naar behoren uitvoeren hebben belang bij een goede en doeltreffende dienstverlening. De kanttekening dient wel worden gemaakt dat veel onveiligheid door de veiligheidsdiensten zelf in de hand wordt gewerkt. Wie immers een dienst wil verlenen, moet ervoor zorgen dat er ook vraag is naar die dienst. Ook deze realiteit moeten we indachtig blijven. We moeten ons dan ook de vraag stellen in hoeverre we aan deze evolutie moeten tegemoet komen en of we kunnen toelaten dat de overheid “suboptimaal” presteert in het beschermen van haar burgers, om de privacyrechten van diezelfde burgers niet te schaden. Voer voor een debat dat de fundamentele waarden van onze moderne democratie raakt. We moeten dus de afweging maken tussen een veilige en een vrije samenleving, zonder daaruit te besluiten dat een vrije samenleving niet veilig kan zijn en een veilige samenleving niet vrij kan zijn. In het licht van deze laatste stelling moet een belangrijke kanttekening worden geplaatst. Heeft camerabewaking wel een invloed op de criminaliteit? De statistieken wijzen er op dat dit allerminst het geval is. Zo is Londen de meest gefilmde stad ter wereld, maar toch kon de aanwezigheid van zoveel camera’s en technologie de rellen van afgelopen zomer niet voorkomen, ondanks de grote kosten die deze investeringen met zich hebben meegebracht. Deze loodzware investeringen die door de maatschappij worden gemaakt, komen die maatschappij dus niet ten goede. Een overgrote meerderheid van de relschoppers ging vrijuit, terwijl de schaarse jongeren die gevat werden buitensporige (schand)straffen werden opgelegd. Bovendien zullen criminelen snel weten waar wel en niet gefilmd wordt, zodat de criminaliteit zich enkel zal verplaatsen. De uitgaven die gedaan worden om deze camera’s te plaatsen en dus een (vals) gevoel van vrijheid te creëren kan dus niets anders zijn dan een electorale investering. De strijd tegen de criminaliteit is iets waar je niet tegen kunt zijn en waar elke kiezer gevoelig aan is. Rijk of arm, links of rechts. Camera’s zijn zeer visueel en geven burgers het gevoel dat de overheid voor hen zorgt. Ze verliezen echter uit het oog dat niet alleen misdrijven worden geregistreerd, maar ook hun eigen doen en laten. We mogen de discussie over privacy en de controlemaatschappij niet enkel toespitsen op camerabewaking. Zo controleert de overheid ook onze elektriciteitsfactuur, ons waterverbruik, ons gsm-verkeer en onze elektronische betalingen. Zo gebruiken belastingsdiensten in Griekenland en Italië de technologie van Google Earth om te kijken of de levensstandaard van de burger wel overeenstemt met zijn belastingsaangiften of zijn registratie bij de burgerlijke stand. Deze informatie wordt door de overheid veelvuldig gebruikt om fiscale en sociale fraude tegen te gaan. Niet dat fiscale en sociale fraude geen misdrijven uitmaken, maar waar trek je de grens? Wat mag de overheid wel en niet? Daar is tot op heden geen enkel debat over gevoerd en een schraal wettelijk kader voor voorzien. Bij ons mag, zoals in quasi alle landen, de fiscale administratie “indiciën” gebruiken om haar aanslagvoet te bepalen. Indiciën is een ontzettend vaag begrip dat op geen enkele wijze is afgebakend in wetgeving of rechtspraak. De macht van de administratie is in deze ongebreideld. Onze steeds complexer wordende samenleving moet een keuze maken: meestappen in het verhaal van de uitgebreide controlemogelijkheden van het overheidsapparaat, hetgeen een complexere wetgeving vraagt, dan wel onze opvattingen van staat en overheidsmacht volledig herzien en haar controleorganen en –bevoegdheden (drastisch) inperken. Bovendien is het in zulke zaken moeilijk om je als burger, met beperkte middelen en informatie, te verdedigen tegen het staatsapparaat en haar batterij advocaten met veel, zo niet alle relevante informatie op zak. De weerstand tegen de inbreuken op onze privacy is zwak en beperkt zich tot enkele individuen en groepen die amper aandacht krijgen in de media en maar moeilijk hun boodschap op de bevolking kunnen overbrengen. Wie vraagtekens plaatst bij camerabewaking, wordt ervan verdacht iets te verbergen hebben. Wie vraagtekens plaatst bij de publicatie van namen en adressen van veroordeelde en vrijgesproken pedofielen, wordt verweten de kant van de pedofielen te kiezen. Dit zijn uiteraard drogredenen, maar het blijft moeilijk om jezelf hier tegen te verweren en het maakt het moeilijk om mensen te blijven motiveren om over deze thema’s na te denken en verder te strijden tegen de verdere degeneratie van onze samenleving in een totalitaire maatschappij. Ook in de rechtspraak zijn we het gevecht aan het verliezen. In strafonderzoeken en fiscale zaken wordt slordig omgesprongen met verkregen informatie en is er hoegenaamd geen controle op de methodiek van het Openbaar Ministerie en de administraties. Burgers zijn aangewezen op de expertise van oplettende advocaten, die steeds zeldzamer worden. De weg is lang en de tocht is zwaar. Privacy blijft een thema waar weinigen wakker van liggen en waarvan het belang danig wordt onderschat. Aan jongeren zoals ons en eenieder die ermee begaan is, om de mensen hierover te blijven aanspreken. Xavier Everaert - JongLibertairen |